U bent hier

4 op de 5 transgenders is slachtoffer van transfoob geweld

 

Persbericht van Steunpunt Gelijkekansenbeleid
Maandag 19 november 2012

Steunpunt Gelijkekansenbeleid vraagt aandacht voor de lage aangiftebereidheid bij politie en discriminatieorganen

Heel wat transgenders (mensen die zich niet, of niet helemaal één voelen met de sekse waarin ze geboren worden) krijgen met geweld te maken. Op de wereldwijde ‘Transgender Day of Remembrance’, die jaarlijks op 20 november plaatsvindt, maakt het Steunpunt Gelijkekansenbeleid de eerste resultaten bekend van het onderzoek naar geweldervaringen van transgenders in België. Daaruit blijkt dat 4 op de 5 transgenders al het slachtoffer van geweld werd omwille van hun transgender identiteit of achtergrond.
 
Dit onderzoek van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid past in een reeks onderzoeken die minister van Gelijke Kansen, Pascal Smet, heeft gevraagd naar aanleiding van de vele voorvallen van homofoob en transfoob geweld. Ook transgenders zijn immers sinds het begin van zijn legislatuur een expliciete aandachtsgroep voor het gelijkekansenbeleid. Het onderzoek dat in de lente en zomer van 2012 is afgenomen bij 260 respondenten uit België, toont aan dat 1 op de 3 minstens één keer een vorm van seksueel geweld meemaakte, een kwart onder hen kreeg met fysiek geweld te maken, 4 op de 5 met verbaal of psychisch geweld, en bijna 2 op de 10 met materieel geweld. Onderzoeker Joz Motmans: “Een andere opvallende vaststelling is dat de daders vaak bekenden zijn uit de naaste omgeving, meestal mannen, en dat driekwart van de daders ouder dan 20 jaar zijn. Het lijkt dus lang niet altijd te gaan om de stereotype jonge ‘hanggastjes’ die de transgenders niet kennen.”
 
Bij gevallen van fysiek geweld doet een kwart van de respondenten aangifte bij de politie. Seksueel geweld wordt slechts in 7% van de gevallen aangegeven. Deze lage aangiftebereidheid wordt onder andere verklaard uit gevoelens van schaamte, de angst dat politie de zaak niet au sérieux zou nemen, of omdat men ervan uitgaat dat de daders toch niet gestraft zullen worden. Bovendien wenden zeer weinig respondenten zich tot andere instanties, zoals het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, de 13 lokale meldpunten discriminatie of het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. Minister Smet zal daarom vragen dat met deze gegevens wordt rekening gehouden bij de opmaak van het “nationaal actieplan tegen homofoob en transfoob geweld”.
 
Transfoob geweld moet op verschillende fronten aangepakt worden. Enerzijds voorziet minister van Gelijke Kansen, Pascal Smet, deze legislatuur een wijziging van het Vlaamse antidiscriminatiedecreet en worden “genderidentiteit” en “genderexpressie” als specifieke discriminatiegronden opgenomen. Zo krijgen transgenders een beschermend kader dat een duidelijk signaal geeft dat transfobie niet kan, én de aangiftebereidheid hopelijk verhoogt. Anderzijds wordt ingezet op andere domeinen zoals onderwijs en werk om preventief aan sensibilisering te werken. Zo kunnen mensen die een naamsverandering ondergingen sinds 1 september 2012 bij hun onderwijsinstellingen een nieuw diploma of scholingsbewijs krijgen met hun nieuwe naam. Daarnaast werkt minister Smet samen met zijn collega Muyters aan een publicatie voor werkgevers, om hen te ondersteunen in het correct omgaan transgenders op de werkvloer.
 
Meer weten?
 
Joz Motmans, onderzoeker
Joz.motmans@ua.ac.be – 0486 688579
Nina Mallants, woordvoerster minister Smet
Nina.mallants@vlaanderen.be – 0495 55 74 46